bedtijd
mannelijk (de)/ˈbɛtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijd om te gaan slapenHet was nog een uur of wat voor bedtijd en hij besloot nog een straatje om te gaan.
Vertalingen
Engelsbedtime
Fransheure du coucher
DuitsSchlafenszeit
Spaanshora de acostarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek