bedtijd

mannelijk (de)/ˈbɛtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijd om te gaan slapen
    Het was nog een uur of wat voor bedtijd en hij besloot nog een straatje om te gaan.

Vertalingen

Engelsbedtime
Fransheure du coucher
DuitsSchlafenszeit
Spaanshora de acostarse