bede
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bedə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- smekend, dringend verzoek, smeekbede
- (religie) gebed
- (geschiedenis) verzoek om geld van de vorst aan zijn onderdanen
Etymologie
* In de betekenis van ‘gebed’ voor het eerst aangetroffen in 901
Vertalingen
Engelsappeal, entreaty, supplication
Spaansruego, oración
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek