bediening

vrouwelijk (de)/bəˈdinɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horeca (horeca) groep van personen die eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
    Mijn zus werkt in de bediening bij een chic restaurant.
    ‘Bij toeval kregen we hier allebei een beter betaald baantje aangeboden. Zij in de bediening en ik in de animatie. ’
  2. het bedienen van een apparaat
  3. ambt, post of kerkelijke functie
  4. het toedienen van de sacramenten der zieken, zalving

Etymologie

* van "bedienen"

Vertalingen

Engelsservice, waiting, administration of the last sacraments
Fransservice
DuitsBedienung
Spaansservicio, mando, manejo
Poolsobsługa
Zweedsservering