bedijking

vrouwelijk (de)/bə'dɛɪkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waterbeheer (waterbeheer) het omgeven van een gebied met een dijk
    Die laatste factor –bedijking– is van groot belang in dit verhaal: transgressie, de natuurlijke reactie van een wadsysteem op zeespiegelstijging, is niet mogelijk – of in elk geval niet wenselijk. Het is daarmee sedimenteren of verzuipen – en dus wordt de toekomst van de Waddenzee bepaald door een tamelijk ordinaire rekensom: (sedimentatie - erosie) minus (zeespiegelstijging + bodemdaling) is …ja, wat eigenlijk? Aan de andere kant van deze hoogteveranderings-balansvergelijking moet ‘verandering in relatieve maaiveldhoogte’ staan, relatief ten opzichte van de zeespiegel. NRC 10 mei 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/10/dreigt-de-waddenzee-te-verdrinken-a1557894 Dreigt de Waddenzee te verdrinken?]
    Een stijging van 2 meter is nog te pareren met de huidige aanpak van sterkere bedijking, pompen en meer ruimte voor de rivieren. Tussen 2 en 6 meter wordt Nederland een soort groot Zeeland. Bij een nog hogere stijging is het „terra incognita” volgens wetenschappelijk directeur Jaap Kwadijk. NRC Marcel aan de Brugh 11 oktober 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/11/wat-als-de-zeespiegel-tien-meter-stijgt-a2417637 Wat als de zeespiegel tien meter stijgt?]

Etymologie

* van bedijken

Vertalingen

Engelsembankment