beenvissen

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straalvinnigen (straalvinnigen) een grote infraklasse van vissen. Met meer dan 95% van alle nog levende vissoorten, vormen de beenvissen veruit de grootste groep binnen de klasse der straalvinnigen (). Beenvissen kenmerken zich door een goed ontwikkeld skelet dat geheel verbeend is. Dit in tegenstelling tot de kraakbeenvissen (), die een kraakbeenskelet hebben. Beenvissen hebben gespecialiseerde kaakbeenderen waarmee ze relatief grote prooien kunnen vangen en doorslikken

Etymologie

* "beenvis" met de uitgang -en