behoefte
vrouwelijk (de)/ˈbə'huftə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat benodigd of zeer wenselijk isIk kan mezelf niet in eigen behoeften voorzien.Tijdens de diensten luisterde ik zelden naar wat de predikant te vertellen had, omdat ik het vaak niet eens was met wat hij verkondigde. Het was te ver verwijderd van de alledaagse werkelijkheid en de realiteit van menselijke emoties, behoeftes en imperfecties.
- behoefte hebben aan: iets heel erg nodig hebbenNiemand die behoefte had aan namen, uitleg, eindeloze mooipraterij.Na twintig jaar hard werken in glimmende kantoorgebouwen had ik behoefte aan meer natuur en avontuur.
- behoefte doen: poepenDe hond doet zijn behoefte in de goot naast het trottoir.
Etymologie
* van behoeven
Uitdrukkingen
- n=1 — behoefte aan iets hebben|iets nodig hebben
Vertalingen
Engelsneed
Fransbesoin
DuitsBedürfnis, Bedarf
Spaansnecesidad
Italiaansbisogno
Portugeesnecessidade
Russischнужда
Japans必要, ひつよう, hitsuyou
Poolspotrzeba
Zweedsbehov
Deensbehov
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek