beken

bəˈkɛn

Wat is de betekenis van beken?

beken betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen
  2. gebiedende wijs van bekennen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen
zelfstandig naamwoord
  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beek

Voorbeelden van "beken" in een zin

  • Ik beken.
  • Beken!
  • Beken je?

Betekenis en uitleg van beken

Beken zijn smalle, vaak kronkelige waterstromen die door het landschap slingeren. Ze zijn meestal kleiner dan rivieren en kunnen variëren van kabbelend water tot snelle stroompjes, afhankelijk van de omgeving en het seizoen.

Het woord 'beken' wordt vaak gebruikt in de context van natuur en landschap. Ze zijn belangrijk voor het ecosysteem, omdat ze een habitat bieden voor diverse planten en dieren. Beken kunnen ook een rol spelen in recreatie, zoals wandelen of vissen langs de oevers.

Voorbeelden

  • Tijdens onze wandeling volgden we de kronkelige beken die door het bos stroomden.
  • De kinderen speelden met plezier bij de beken, waar ze kleine visjes vingen en stenen gooiend de plonzen te horen waren.
  • In de lente, wanneer het smeltwater het meeste is, kunnen de beken overlopen en zorgen voor spectaculaire watervallen.

Woordoorsprong

Het woord 'beek' komt van het Oudnederlands 'bika', wat verwijst naar een kleine waterstroom of rivier.

Veelgestelde vragen over beken

Wat is de betekenis van beken?

beken betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen

Hoeveel betekenissen heeft beken?

beken heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je beken in een zin?

Voorbeeld: “Ik beken.