bekennen

/bəˈkɛnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets laak- of strafbaars toegeven
    Na een langdurig verhoor bekende hij de moord gepleegd te hebben.
    Zij bekende haar zonden tijdens de biecht.
    Ik moet bekennen dat ik verbaasd was.
  2. niet te bekennen zijn: ontbreken, niet te vinden zijn
    We dachten hem daar aan te zullen treffen, maar hij was in geen velden of wegen te bekennen.
    In werkelijkheid kunnen ze alleen maar wadend in de troebele poel hun dood tegemoet zijn gelopen - een nabij ravijn is nergens te bekennen.
    Het is een verleidelijk beeld, als je langs talloze kerken en kastelen rijdt, door stadjes waar geen leven te bekennen is, laat staan enige moderne vorm van bedrijvigheid. Maar daarmee misken je de dynamiek die je even goed langs de Nationale 7 aantreft.
  3. ov, eufemisme, seksualiteit (ov) (eufemisme) (Bijbel) (seksualiteit) seksuele omgang hebben met (iemand)

Etymologie

*[3] Leenvertaling van Latijn "cognoscere" in de Latijnse Vulgatatekst van de Bijbel.

Vertalingen

Engelsconfess, know, have carnal knowledge
Fransavouer, connaître
Duitsbekennen, gestehen, zugeben
Spaansconfesar, conocer
Poolsprzyznać