beker
mannelijk (de)/ˈbekər/
Wat is de betekenis van beker?
beker betekent: (gereedschap) (huishouden) een cilindervormig voorwerp waaruit gedronken kan worden, mok
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) (huishouden) een cilindervormig voorwerp waaruit gedronken kan worden, mok
- trofee
Voorbeelden van "beker" in een zin
- De jongen hield de beker met twee handen vast.
- Vul elkanders bekers, maar drink niet uit dezelfde beker.
- Hij deelde dan zijn befaamde root-beer-float Trail Magic uit: een wonderlijk Amerikaans gerecht dat bestond uit een bolletje vanille-ijs in een plastic bekertje met root-beer (een soort ginger ale).
- De winnaars toonden de beker aan het publiek.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘drinkgereedschap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1284
Vertalingen
DuitsBecher, Pokal, Pokal
Spaanscáliz, taza, copa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek