bekvechten
/ˈbɛkfɛxtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) sprekend ruzie makenZij mogen elkaar niet en gaan om het minste bekvechten.Nog een uur bekvechten met een retorisch superieure steradvocaat zou hij niet volhouden.
Vertalingen
Engelswrangle, bicker
Fransse chamailler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek