bekvechten

/ˈbɛkfɛxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) sprekend ruzie maken
    Zij mogen elkaar niet en gaan om het minste bekvechten.
    Nog een uur bekvechten met een retorisch superieure steradvocaat zou hij niet volhouden.

Vertalingen

Engelswrangle, bicker
Fransse chamailler