beleefdheid

vrouwelijk (de)/bə'lefthɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een sociale vaardigheid, die de omgang in de maatschappij vergemakkelijkt
    De beleefdheid van de Britse passagiers op de Titanic heeft hen het leven gekost.
    Jeroen en Chantal grinnikten uit beleefdheid mee.

Etymologie

*Afgeleid van beleefd .

Vertalingen

Engelspoliteness
DuitsHöflichkeit
Spaanscortesía
Poolsgrzeczność