beleg

onzijdig (het)/bəˈlɛx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) langdurige uitsluiting van de buitenwereld door een vijandige strijdmacht
    Bij het beleg van Leningrad door de nazi's (van 8 september 1941 tot 27 januari 1944) kwamen ongeveer 1 miljoen burgers om. [https://nl.wikipedia.org/wiki/Beleg_van_Leningrad wikipedia]
  2. voeding (voeding) voedzame en smakelijke bedekking van een boterham
    Kaas is mijn favoriete beleg.
  3. textiel (textiel) afgewerkte tegenkant van naaiwerk

Etymologie

* In de betekenis van ‘insluiting van een vesting’ voor het eerst aangetroffen in 1351. De betekenis "broodbeleg" is daarentegen pas opgetekend in 1956, en staat sinds 1976 in Van Dale.

Vertalingen

Engelssiege, filling, facing
Franssiège, garniture, renfort
DuitsBelagerung, Belag, Besatz
Spaansasedio, sitio, ribete
Italiaansassedio
Portugeescerco
Russischoсада
Japans攻城戦
Koreaans공성전
Poolsoblężenie
Zweedsbelägring