belevenis

vrouwelijk (de)/bəˈlevənɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gedenkwaardige ervaring, een spannend avontuur
    Het bezoek aan Jeruzalem was een hele belevenis.
    Het museumbezoek zou een hele belevenis moeten zijn.
    Nadat wij details over onze tragische belevenissen hadden uitgewisseld, begon er bij mij een lampje te branden.
  2. zoals men iets uit eigen waarneming ervaart
    In haar belevenis waren de langsvarende boten immens groot geweest en de golven die zij veroorzaakten reusachtig.

Etymologie

* van beleven

Vertalingen

Spaansvivencia