belichten

/bəˈlɪxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) licht schijnen op iets
    Ze moesten de gevel belichten om hun werk te kunnen doen.
  2. ov, figuurlijk (ov), (figuurlijk) van een bepaalde kant bekijken, toelichten, uitleggen
    We moeten die zaak ook eens belichten vanuit het perspectief van de dader.
    De bedoeling van dit boek is hierbij behulpzaam te zijn. In de vele lees- en voorleesverhalen en de korte documentaties wordt iets van de oorsprong en de viering van onze jaarfeesten belicht.
    In plaats van de zaken vanuit haar perspectief te zien, belichtte haar zus voornamelijk ‘de andere kant van het gelijk’, zoals zij het gekscherend noemde.
  3. ov, fotografie (ov), (fotografie) een bepaalde tijd licht laten vallen op de film om deze op te nemen
    Deze foto is te lang belicht.

Etymologie

*afgeleid van lichten

Vertalingen

Engelsilluminate, light, expose
Duitsbeleuchten, beleuchten, belichten
Spaansexponer
Russischосвещать, освещать, экспонировать