benadeel

Wat is de betekenis van benadeel?

benadeel betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van benadelen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van benadelen
  2. gebiedende wijs van benadelen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van benadelen

Voorbeelden van "benadeel" in een zin

  • Ik benadeel.
  • Benadeel!
  • Benadeel je?