benadeel
Wat is de betekenis van benadeel?
benadeel betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van benadelen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van benadelen
- gebiedende wijs van benadelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van benadelen
Voorbeelden van "benadeel" in een zin
- Ik benadeel.
- Benadeel!
- Benadeel je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek