beschik

Wat is de betekenis van beschik?

beschik betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschikken

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschikken
  2. gebiedende wijs van beschikken
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschikken

Voorbeelden van "beschik" in een zin

  • Ik beschik.
  • Beschik!
  • Beschik je?