beschik
Wat is de betekenis van beschik?
beschik betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschikken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschikken
- gebiedende wijs van beschikken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschikken
Voorbeelden van "beschik" in een zin
- Ik beschik.
- Beschik!
- Beschik je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek