beschutten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) beschermen, met name tegen weer en wind
    De hoge bomen en de heg ertussen beschutten het huis tegen de gure wind.
    Om Koning Deuel van Pomperol en zijn gevolg te beschutten tegen de zon, was een groot zonnescherm van rood met gele zijde - de kleuren van Pomperol - gespannen over de grote binnenplaats van Haidion.
    Het is een dag rijden naar Le Mans, maar de reis verloopt rimpelloos door het mandje van haar moeder en het gezelschap van haar vader; van de een brood en kaas om haar maag te vullen, van de ander zijn ontspannen lach en zijn brede schouders die Adeline tegen de zomerzon beschutten.

Etymologie

*afgeleid van schutten

Vertalingen

Engelsprotect, shelter
Fransprotéger
Duitsbeschützen
Spaansproteger, abrigar, amparar