bespaar

Wat is de betekenis van bespaar?

bespaar betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besparen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besparen
  2. gebiedende wijs van besparen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besparen

Voorbeelden van "bespaar" in een zin

  • Ik bespaar.
  • Bespaar!
  • Bespaar je?