bespeling
vrouwelijk (de)/bə'spelɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gebruikmaken van een sport faciliteitHendry Bosch, voorzitter van de vertrouwenscommissie Bosch, stelt dat de samenwerking met Rietvogels goed verloopt. „In tegenstelling tot wat Rietvogels beweert zit het overleg niet muurvast, maar zijn beide clubs weer begonnen met gesprekken die er toe moeten leiden dat een efficiënte invulling wordt gegeven aan de bespeling van sportcomplex De Riet”, schrijft hij. Tubantia 23-02-09 [https://www.tubantia.nl/almelo/dvo-71-wil-wel-naar-de-riet~a18b1777/ DVO’71 wil wel naar De Riet]
Etymologie
* van bespelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek