bespeuren

/bəˈspørə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met aanzienlijke moeite waarnemen, bemerken
    Hij bespeurde daarin een poging de boel op te lichten.

Etymologie

*Afgeleid van speuren

Vertalingen

Engelsperceive, sense
Fransdécouvrir, entrevoir, apercevoir
Duitsverspüren, spüren, wittern
Spaansdivisar, notar, vislumbrar