bespreken
/bəˈsprekə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een gesprek over een bepaald onderwerp voeren; overleggenZij bespraken de groeiende spanning rond Iran.Omdat Olaf niet antwoordt, beloof ik hem dat ik de kwestie zal bespreken aan de ontbijttafel.Na Casa de Luna trok ik met The Rat Pack weer verder en onderweg bespraken we hoe we het beste konden omgaan met de komende hittegolf van meer dan 42 °C. Om deze enorme hitte te vermijden besloten we ’s nachts te gaan lopen, night hiking.
- (ov) beoordelen, recenserenHet boek werd in het literaire supplement besproken.
- (ov) vooruit bestellenZij wilden voor de voorstelling twee plaatsen bespreken.
Etymologie
*Afgeleid van spreken
Vertalingen
Engelsdiscuss, reserve
Fransdiscuter, réserver
Duitsbesprechen, rezensieren, reservieren
Spaansdiscutir, disputar, debatir
Deensbehandle, behandle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek