bespugen
/bə.'spy.ɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iemand, iets ~: speeksel doen belanden op iets of iemand.De voetballer bespuugde de scheidsrechter en kreeg vervolgens een rode kaart.
Etymologie
*Afgeleid van spugen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek