bespugen

/bə.'spy.ɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand, iets ~: speeksel doen belanden op iets of iemand.
    De voetballer bespuugde de scheidsrechter en kreeg vervolgens een rode kaart.

Etymologie

*Afgeleid van spugen