bestaanszin

mannelijk (de)/bə'stansɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) zin die te kennen geeft dat een zelfstandigheid of als zodanig gedachte toestand of werking al of niet bestaat of plaatsheeft, bv. 'het is koud', 'het regent'