bestraffen

/bəˈstrɑfə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) straf uitdelen aan iemand
    De ondeugende jongen werd bestraft.
    Of. . . Jezus, mens! Hou toch op met die idiote redeneringen, bestrafte ze zichzelf.

Etymologie

*Afgeleid van straffen

Vertalingen

Engelspunish
Spaanscastigar
Poolsukarać