bestraffen
/bəˈstrɑfə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) straf uitdelen aan iemandDe ondeugende jongen werd bestraft.Of. . . Jezus, mens! Hou toch op met die idiote redeneringen, bestrafte ze zichzelf.
Etymologie
*Afgeleid van straffen
Vertalingen
Engelspunish
Spaanscastigar
Poolsukarać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek