besturen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoertHij bestuurt de lift via een afstandsbediening.Haar rechterhand bestuurde de muis.
- (ov) het vervullen van regeringstaken over een gebied
- (ov) leiding gevenOok kwam ik een aantal ondernemers tegen die als heuse digitale nomaden hun bedrijven op afstand bestuurden.
Etymologie
*Afgeleid van sturen
Vertalingen
Duitssteuern, verwalten
Spaansconducir, conducir
Poolskierować, kierować
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek