bestuurderscabine

vrouwelijk (de)/bə'styrdərskabinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruimte waarin de bestuurder van een voertuig zit
    De camper en de bestuurderscabine vormen een aaneengesloten geheel en dat moet dus letterlijk van voor tot achter (op een onderstel) nieuw worden geconstrueerd.
    Op beelden van lokale media is te zien dat de bestuurderscabine van een van de vrachtwagens volledig is vernield.