betegel

Wat is de betekenis van betegel?

betegel betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betegelen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betegelen
  2. gebiedende wijs van betegelen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betegelen

Voorbeelden van "betegel" in een zin

  • Ik betegel.
  • Betegel!
  • Betegel je?