beteren

/bəˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) van een laag teer voorzien
    Zij beteerden de weg en verbeterden daarmee de toegang tot het park.
werkwoord
  1. ov (ov) verbetering aanbrengen met name in moreel opzicht
    Hij beloofde zijn leven te zullen beteren.

Etymologie

*[B] afgeleid van "beter"