bewaren
Wat is de betekenis van bewaren?
bewaren betekent: (ov) ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt; behouden
Betekenis
- (ov) ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt; behouden
- behouden om het later te kunnen gebruiken
Voorbeelden van "bewaren" in een zin
- Hij bewaarde de papieren van de werkgever.
- Met veel moeite wist Chantal haar evenwicht te bewaren.
- Hij had al zijn geschreven en ontvangen brieven bewaard zodat hij later een autobiografie zou kunnen schrijven.
Betekenis en uitleg van bewaren
Bewaren betekent iets veiligstellen of vasthouden voor later gebruik. Het kan gaan om fysieke objecten, zoals voedsel of documenten, maar ook om informatie of herinneringen die je wilt onthouden.
Je gebruikt 'bewaren' vaak in situaties waarin je iets wilt beschermen tegen verlies of bederf. Dit kan variëren van het bewaren van etenswaren in de koelkast tot het opslaan van digitale bestanden op een computer. De nuance van het woord kan ook verwijzen naar emotionele aspecten, zoals het bewaren van herinneringen aan dierbaren.
Voorbeelden
- Ik heb de restjes van het diner goed bewaard in de koelkast voor morgen.
- Zij besloot haar oude brieven zorgvuldig te bewaren als een herinnering aan haar jeugd.
- Het is belangrijk om je wachtwoorden veilig te bewaren, zodat je geen toegang verliest tot belangrijke accounts.
Woordoorsprong
Het woord 'bewaren' komt van het Middelnederlandse 'bewaren', wat betekent 'terughouden' of 'in bezit houden'. Het is verwant aan het werkwoord 'waken', dat ook een gevoel van bescherming en zorg met zich meebrengt.
Veelgestelde vragen over bewaren
Wat is de betekenis van bewaren?
bewaren betekent: (ov) ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt; behouden
Hoeveel betekenissen heeft bewaren?
bewaren heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je bewaren in een zin?
Voorbeeld: “Hij bewaarde de papieren van de werkgever.”
Etymologie
* Middelnederlands bewāren ‘het oog houden op, bewaren, beschermen, zorgen, in acht nemen’, afleiding op be- van wāren ‘bewaken, zorgen voor, bewaren, letten op’ (waaruit verouderd waren ‘in het oog houden, bewaken’), zelf afgeleid van het zn. wāre ‘opmerkzaamheid, hoede, zorg, aandacht’. Evenzo afgeleid zijn Nederduits bewohren ‘behouden’, Duits bewahren, Fries bewarje ‘bewaren’ en Engels beware ‘zich hoeden voor’.
Uitdrukkingen
- Die zijn lichaam ( of zijn lijf) bewaart, bewaart geen rotten appel
- In de kleinste potjes bewaart men de beste zalf
- geheimen bewaren — iets geheim houden een geheim niet doorvertellen