bewogenheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand emotioneel geraakt is
    Aleksej Aleksandrovitsj wilde nu dadelijk die koele houding aannemen, die hij als noodzakelijk beschouwde tegenover de broer van zijn vrouw van wie hij zich wilde laten scheiden, maar hij had niet op die zee van warme bewogenheid gerekend, die Stepan Arkadjevitsj'wezen tot barstens toe vulde.
    Sander van Dijk spreekt zondag bij de Ichtus-gemeente in Wierden. Het thema is bewogenheid. De gemeente komt samen in Notter, maar wil meer naar buiten treden om de bijbelse boodschap te brengen.

Etymologie

* afleiding van bewogen