bezemklas
vrouwelijk (de)/ˈbezəmˌklɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klas met leerlingen die de laatste kans krijgen om een opgeheven opleiding af te makenDe invoering van de versnelde programma's verloopt niet altijd vlekkeloos. Zo worden bij de Hogeschool West Brabant mts-studenten het slachtoffer van overhaaste invoering van een verkort programma. Uiteindelijk moeten ze in een soort bezemklas worden bijgespijkerd, waardoor de tijdwinst weer teniet wordt gedaan.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek