bezettingsgraad

mannelijk (de)/bə'zɛtɪŋsxrat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin een bepaalde faciliteit gebruikt wordt
    Italiaanse hotels hebben een ‘pikante’ oplossing gevonden om hun door de coronacrisis sterk gedaalde bezettingsgraad op te vijzelen. In Rome worden nu ook kamers per middag of zelfs per uur aangeboden, handig voor minnaars die op zoek zijn naar een liefdesnestje.
    Vooral hotelpersoneel zit met de handen in het haar. De afgelopen maand zaten de hotels in de stad op een bezettingsgraad tussen de twintig en dertig procent.

Vertalingen

Engelsoccupation degree