bezettingstijd

mannelijk (de)/bə'zɛtɪŋstɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijdsperiode dat een land of bebied onder controle is van een gewapende vreemde mogendheid
    Waren ze iets anders dan ze voordeden dat ze waren? Ze gedroegen zich eerder als een verzetsbeweging in bezettingstijd dan als een vreedzame studiekring in volkomen legaal marxisme.
  2. de periode van 1940 tot 1945 toen Nederland bezet werd door Duitsland