bezeveren
/bəˈzevərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- zeuren, zaniken, klagenAnyway, ik wil thuis nog graag wel eens een potje ongeremd zaniken. De meeste mensen verbruiken al hun gezeur tegenwoordig op sociale media, maar dat vind ik zonde. Er valt zoveel meer te bezeveren in het echte leven.
- met kwijl nat maken
Etymologie
*van Middelnederlands "beseveren", op te vatten als samenstellende afleiding van "zever" en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek