bezweren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een soort toverspreuk onder controle proberen te brengenHij wist heus wel dat hij vooral uit een soort bijgeloof de komende wapenstilstand niet serieus wilde nemen: hoe meer je hoopt op vrede, hoe minder geloof je eraan hecht als die wordt aangekondigd, om zo het noodlot te bezweren. {{Aut|Lemaitre, PierreToen ik zei dat ik helaas nog niet wist hoelang ik van plan was te blijven en dat ik hoopte dat dat geen probleem zou zijn, wuifde hij mijn zorgen weg met een elegant handgebaar en bezwoer hij mij dat het een eer was voor het etablissement en een persoonlijk genoegen voor hemzelf om mij als gast te mogen beschouwen en dat hij alleen maar kon wensen dat deze vreugde langdurig zou mogen zijn.
- (ov) (overdrachtelijk) een dreiging onder controle weten te brengenHet brandgevaar werd door de brandweer bezworen.Het gevaar van een epidemie is nog niet bezworen.
- heel sterk belovenHij bezwoer dat hij de misdaad nooit meer zal begaan.Hij bezwoer dat hij alleen maar verliefd was geraakt en dat dat helemaal losstond van de lengte van zijn verlof, maar dat er nieuwe verlofdagen kwamen, dat hij elke dag naar haar zou verlangen en zo verder. Toen hij eindelijk wegkwam, was hij even opgelucht als altijd.
Etymologie
*Afgeleid van zweren
Vertalingen
Spaansconjurar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek