bijltjesdag

mannelijk (de)/ˈbɛilcəzˌdɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. term om aan te geven dat de tijd voor afrekening is gekomen na een periode van onderdrukking, uur van de waarheid, dag van de afrekening
  2. dag dat mensen verslagen worden en de strijd moeten staken
    Het was sowieso bijltjesdag voor de Nederlandse tennissers in Melbourne. In de tweede ronde van het enkelspel viel het doek voor Kiki Bertens, de nummer negen van de wereldranglijst. Tubantia 16-01-19, [https://www.tubantia.nl/sport/haase-na-nederlaag-tegen-berdych-ook-klaar-in-dubbelspel~a240c8e8/ Haase na nederlaag tegen Berdych ook klaar in dubbelspel]
    Raymond van Barneveld constateerde na zijn zege tegen Van der Voort dat het op het WK iedere dag bijltjesdag is. Tubantia Van Barneveld: Er is vrijdag wat te halen voor mij [https://www.tubantia.nl/sport/van-barneveld-er-is-vrijdag-wat-te-halen-voor-mij~ab5ba190/ Max van der Put 28-12-17]
  3. dag dat veel mensen moeten stoppen met een bezigheid
    Lammertink is in goed gezelschap, hij is niet de enige die de Franse etappekoers vroegtijdig moet verlaten. Vandaag gingen de Nederlandse renners van LottoNL-Jumbo Lars Boom en Dylan Groenewegen al niet meer van start en tijdens de rit gaven Amund Grondahl (ook LottoNL-Jumbo) en Edward Theuns (Team Sunweb) eveneens ziek op Het was bijltjesdag in Parijs-Nice. Tubantia Ralph Blijlevens 08-03-18 [https://www.tubantia.nl/sport-regionaal/ook-lammertink-ziek-uit-parijs-nice~afd0d4d8/ Ook Lammertink ziek uit Parijs-Nice]