bijsmaak
mannelijk (de)/ˈbɛismak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een extra smaak die er eigenlijk niet bij hoortDe wijn had een zure bijsmaak.
- (figuurlijk) een minder aangename meewerkende factorKritiek met een bijsmaak van leedvermaak.
Vertalingen
DuitsBeigeschmack, Beigeschmack
Spaansresabio, resabio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek