bijwoner
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die bij een evenement aanwezig
- iemand die niet thuishoort of zich niet thuisvoelt op de plaats waar hij woontDe Tegel in de categorie Achtergrond ging naar Geertjan Lassche van RTV Oost, die de documentaire Vreemdelingen & Bijwoners maakte. Het Parool 16 APRIL 2012 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/volkskrant-serie-over-trainingsmissie-afghanistan-bekroond~a3241619/ Volkskrant-serie over trainingsmissie Afghanistan bekroond]Daarna keerde het gezin Boland terug naar Nederland. Daar zou hij zich altijd een ‘bijwoner’ voelen, zoals hij het uitdrukt in zijn eerste, autobiografische roman De zachte held. NRC Janet Luis 27 juni 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/06/27/de-tijger-vond-tochnog-zijn-dwerghertje-1392458-a1320983 De tijger vond toch nog zijn dwerghertje]Zo ook in het geval van de verdwijnende kerken en de vaak onwelkome moskeeën. Het is, zo concluderen drie antropologen, geen afvalproduct dat nu eenmaal hoort bij een seculiere samenleving die het geloof afschudt. Het tegendeel is veeleer het geval: het is een fenomeen dat inzicht kan geven in onze omgang met religie, en met de ‘bijwoners’ van de moderniteit die min of meer verdwaald in de samenleving nog geloof belijden of dat om andere redenen van waarde achten. NRC Jos Palm 22 december 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/22/de-bijwoners-willen-tempels-a1585889 De bijwoners willen tempels]
Etymologie
* van bijwonen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek