bikken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met moeite ervan af schrapen of hakken.Ik moest bikken om het ijs van mijn voorruit te krijgen.
- (inerg) (informeel) het nuttigen van voedsel.Heb je ook iets te bikken?Ik wil graag eerst wat bikken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1617
Vertalingen
Engelsnosh, munch
Fransbouffer, grailler
Duitsmampfen
Spaanspicar, escodar, embuchar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek