bikken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met moeite ervan af schrapen of hakken.
    Ik moest bikken om het ijs van mijn voorruit te krijgen.
  2. inerg, informeel (inerg) (informeel) het nuttigen van voedsel.
    Heb je ook iets te bikken?
    Ik wil graag eerst wat bikken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1617

Vertalingen

Engelsnosh, munch
Fransbouffer, grailler
Duitsmampfen
Spaanspicar, escodar, embuchar