binder
mannelijk (de)/'bɪndər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) afkorting voor boekbinder
- iemand of iets die of dat bindt
- machine voor het binden van schoven graan
Etymologie
*afgeleid van binden
Vertalingen
Engelsbookbinder
Fransrelieur
DuitsBuchbinder
Spaansencuadernador
Italiaansrilegatore
Deensbogbinder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek