binder

mannelijk (de)/'bɪndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) afkorting voor boekbinder
  2. iemand of iets die of dat bindt
  3. machine voor het binden van schoven graan

Etymologie

*afgeleid van binden

Vertalingen

Engelsbookbinder
Fransrelieur
DuitsBuchbinder
Spaansencuadernador
Italiaansrilegatore
Deensbogbinder