biobak

mannelijk (de)/'bijobɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gft-container, kliko voor groente-, fruit- en tuinafval
    Ik heb vanavond de groene biobak bij de weg geplaatst
    Uit het afval van de biobak maakt men compost.
    Ik, 'heldere' huisvrouw met veertig jaar ervaring in het schoonhouden van huis en hof, weet niet hoe de logge, onhandige biobak en vuilcontainer te reinigen, anders dan met behulp van een hoge-druk-spuit. En een krantje onderin leggen? Onmogelijk, je kunt immers niet bij de bodem. ( E. Joppe-Wiersma NRC 23 september 1995)

Etymologie

*afgeleid van bak