woorden
boek
Start
›
B
›
bioboer
bioboer
mannelijk (de)
/'bijobur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
landbouw, beroep
(landbouw) (beroep) boer met een biologisch bedrijf
Etymologie
*afgeleid van boer
Verwante woorden
biobak
biobakken
biobank
biobanken
biobenzine
bioboeren
biobrandstof
biobrandstoffen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← biobenzine
bioboeren →