blaffen

/ˈblɑfə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, dierengeluid (inerg) (dierengeluid) geluid maken dat kenmerkend is voor een hond
    Die hond blaft al de hele dag.
  2. inerg, figuurlijk, informeel (inerg), (figuurlijk), (informeel) redeloos praten of schreeuwen
    Wat sta je te blaffen?

Etymologie

* In de betekenis van ‘het natuurlijke (en vaak zeer irritante) geluid dat honden maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Uitdrukkingen

  • Blaffende honden bijten nietGezegd van mensen die flink tekeergaan maar niet zo gauw kwaad doen

Vertalingen

Engelsbark
Fransaboyer
Duitsbellen
Spaansladrar
Italiaansabbaiare
Deens