blanketsel

onzijdig (het)/blɑŋ'kɛtsəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. poeder dat men op de huid aanbrengt om die witter te doen lijken
    Hij deed die aansporing in een tijd waarin vrouwen en mannen dikke lagen blanketsel en rouge op hun gezicht smeerden, hun ogen zwart omrandden en hun lippen karmijnrood verfden.
  2. iets waarmee je een gebrek kun verbergen

Etymologie

*afleiding van blanketten