blauwkous
vrouwelijk (de)/'blɔukɔus/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geleerde vrouw
Etymologie
* In de betekenis van ‘spotnaam’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘spotnaam’ voor het eerst aangetroffen in 1872