blauwtong

mannelijk/vrouwelijk (de)/'blɔutɔŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. diergeneeskunde (diergeneeskunde) dsRNA- virusziekte die voornamelijk voorkomt bij schapen
    Blauwtong wordt overgedragen door knutjes.

Vertalingen

Engelsbluetongue
Spaanslengua azul