blauwzwart

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. shirt van een sportclub met blauwe en zwarte banen
    Antonio Candreva, die tussen 2016 en 2020 het blauwzwart droeg, scoorde na 23 minuten uit een penalty. Een kwartier later schoot Keita Baldé (twee jaar geleden gehuld in het Inter-shirt) de 2-0 binnen na knap voorbereidend werk van Mikkel Damsgaard.

Etymologie

# met een blauwe en een zwarte kleur