blijven

/ˈblɛivə(n)/

Wat is de betekenis van blijven?

blijven betekent: (copl) ~ + predikaat niet veranderen, voortduren

Betekenis

werkwoord
  1. copl (copl) ~ + predikaat niet veranderen, voortduren
  2. modl (modl) ~ + onbepaalde wijs niet veranderen, voortduren, doorgaan
  3. erga (erga) ergens vertoeven en er niet weggaan

Voorbeelden van "blijven" in een zin

  • Het blijft vervelend, zoiets.
  • Bezorgd en koud wikkelde ik mijn regenjas om mijn voeten in de hoop droog te blijven.
  • De bal, die tegen de muur geworpen wordt, blijft terugkomen.
  • De vervelende man blijft maar door praten.
  • Het was fascinerend om te zien hoeveel zout ik verloor: na dagen zonder douche stond mijn shirt stijf van de zoute strepen en bleef het bijna rechtop staan.

Etymologie

*(erfwoord): Middelnederlands blīven, zelden belīven, uit Oudnederlands bilīvan, ontwikkeld uit Oergermaans *bilībanan, gevormd bij het sterke werkwoord *līban- ‘(over)blijven’, bij de Indo-Europese wortel *leip-, waartoe ook Tochaars A/B lipā- ‘blijven’, Oudgrieks lípos ‘vet’, Tsjechisch lepit ‘vastkleven’ en Litouws lìpti ‘blijven vastzitten’ behoren. Eveneens Nederduits blieven, Duits bleiben, Fries bliuwe en Gotisch bileiban.

Uitdrukkingen

  • Aan de strijkstok blijven hangengeld dat aan een constructief doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken
  • Achter de schermen blijvengeen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft
  • Bij de weg blijven
  • In gebreke blijven
  • Bij moeders pappot blijvenNiet zelfstandig en afhankelijk van de ouders blijven
  • Buiten schot blijvenzorgen voor het zelf geen gevaar lopen
  • Buiten spel blijven(willen) proberen niet betrokken te zijn
  • Eens gezegd, blijft gezegdals iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren

Vertalingen

Engelsstay, remain, keep
Fransrester, séjourner
Duitsbleiben, dauern
Spaansmantenerse, quedar siendo, continuar siendo
Poolszostawać
Zweedsförbli, densamme, släntra