boekdrukkerij

vrouwelijk (de)/ˈbuɣdrʏkəˌrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijf (bedrijf) onderneming die publicaties in de vorm van gedrukte bundels papier maakt
    De Amerikaanse internetwinkel Amazon.com heeft de in 2000 opgerichte digitale boekdrukkerij BookSurge overgenomen. Dat bedrijf beschikt over een catalogus met duizenden titels waaruit het op aanvraag kan drukken.
    Beide uitgaven zijn uitgegeven in samenwerking met museumdrukkerij Die Haghe in Voorburg. Met deze boekdrukkerij werd tevens, in het kader van Kinder Dichter aan huis, een poëzie-affiche uitgegeven met gedichten van Jos van Hest, Karel Eykman, Johanna Kruit, Koos Meinderts en Theo Olthuis.
  2. werkplaats waar publicaties in de vorm van gedrukte bundels papier worden gemaakt
    De voorm. boekdrukkerij van J.H. Kok (Hofstraat 23) is gebouwd in 1908 en heeft jugendstil-decoraties.
    Voorstelling van een boekdrukkerij aan het begin van de negentiende eeuw (boven) en rond 1870 (onder).
  3. vak van mensen die publicaties in de vorm van gedrukte bundels papier maken
    In "De boekdrukkerij" wordt een niet eerder gepubliceerde drukkershandleiding uit 1822 bezorgd van Johan Coenraad Zweijgardt, waarin de nadruk ligt op zogeheten formaatschema's (hoe je vellen moet vouwen).
    Van oudsher waren de boekdrukkerij en de plaatdrukkerij, wegens de aanwending van geheel verschillende druktechnieken (respectievelijk hoog- en diepdruk), sterk gescheiden werelden.

Etymologie

*afgeleid van "boekdrukken" , op te vatten als