boelen

/ˈbulə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. boeleren, seksueel onethisch gedrag vertonen; in overspel leven
  2. spreektaal, pejoratief (Suriname) (spreektaal) (pejoratief) homoseksuele (anale) seks bedrijven, homoseksuele handelingen plegen (door een man).
  3. inerg, spreektaal, pejoratief (inerg) (Suriname) (spreektaal) (pejoratief) homoseksueel zijn

Etymologie

*[B] Variant van boeleren.